Wondzorg Kenniscentrum NOVW
Publicaties en wetenswaardigheden op het gebied van wondverzorging u aangeboden door de Beroepsorganisatie: Nederlandse Organisatie Voor Wondverpleegkundigen. (NOVW)
Doelstelling Deze richtlijn is een document met aanbevelingen en handelingsinstructies ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering waarbij de optimale behandeling van de patiënt centraal staat. De richtlijn berust op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en aansluitende meningsvorming gericht op het expliciteren van goed medisch handelen. De richtlijn beoogt een leidraad te zijn voor de dagelijkse diagnostiek en behandeling door dermatologen, dan wel door medisch specialisten die zich bezighouden met het ulcus cruris venosum.
Probleemomschrijving en uitgangsvragen Voor het ontwikkelen van de richtlijn zijn vragen beantwoord betreffende de diagnostiek, behandeling en nabehandeling van het ulcus cruris venosum en de organisatie van zorg waar een ulcus cruris venosum wordt behandeld.
Samenstelling werkgroep De werkgroep ‘Ulcus cruris venosum’ werd in 2001 geïnstalleerd door de Commissie Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie (NVDV). De werkgroep bestond uit dermatologen van academische en niet-academische centra (met een vertegenwoordiging van de werkgroep ‘Flebologie’), een chirurg, een huisarts, een verpleeghuisarts, en vertegenwoordiging van wijkzorg en dermatologisch verpleegkundigen. Het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO bood methodologische en secretariële ondersteuning door de inzet van adviseurs en een arts/literatuuronderzoeker. Bij het samenstellen van de werkgroep is zoveel mogelijk rekening gehouden met de geografische spreiding van de werkgroepleden en een evenredige vertegenwoordiging van de verschillende verenigingen, ‘scholen’ en academische achtergrond. De werkgroepleden hebben onafhankelijk gehandeld en waren vrij van financiële of zakelijke belangen betreffende het onderwerp van de richtlijn. Werkwijze werkgroep Door de leden van de werkgroep werd eerst een aantal uitgangsvragen geformuleerd die in de richtlijnen aan de orde zouden moeten komen. Deze vragen werden onderverdeeld in diverse onderwerpen. Door ieder van de werkgroepleden werden een of twee onderwerpen behandeld. Met behulp van computerzoekacties van het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO en door eigen literatuuronderzoek werd zoveel mogelijk literatuur verzameld en beoordeeld. Vervolgens schreven de werkgroepleden een paragraaf of hoofdstuk voor de conceptrichtlijn, waarin de beoordeelde literatuur werd verwerkt. Tijdens vergaderingen werden conceptteksten besproken en bediscussieerd.