De richtlijn
De richtlijn is een herziening van de `CBO` Richtlijn Diabetische voet van 1998.
Diabetische voet is ontwikkeld op initiatief van de NIV, het CBO en de NDF in het kader van het EBRO (Evidence Based Richtlijn Ontwikkeling) programma. De ontwikkeling van de richtlijn is financieel mogelijk gemaakt door de Orde van Medisch Specialisten. Doelstelling
De doelstelling van de richtlijn Diabetische Voet is een voor de praktijk hanteerbare leidraad te geven met uitvoerbare adviezen voor preventie, opsporing en behandeling van het diabetische voetulcus. Richtlijngebruikers
De richtlijn is bedoeld voor alle zorgverleners die bij de behandeling van patiënten met diabetes betrokken kunnen zijn. De werkgroep die deze richtlijn heeft voorbereid is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle betrokken disciplines. De leden van de werkgroep zijn door de verschillende wetenschappelijke verenigingen benoemd. Werkwijze van de werkgroep
De werkgroep heeft hiervoor uitgangsvragen opgesteld aan de hand waarvan in subgroepen systematisch literatuuronderzoek heeft plaatsgevonden. De literatuur is geselecteerd en beoordeeld op kwaliteit en inhoud. De vragen die betrekking hebben op diagnostiek of op interventie zijn naar mate van bewijskracht beoordeeld volgens de indeling in tabel 1.
De conclusies en aanbevelingen zijn opgenomen in de `summary guideline`, een doorlopende tekst die de leidraad voor de dagelijkse praktijk vormt. Voor onderwerpen waarover geen discussiepunten bestonden is gebruik gemaakt van de vorige CBO consensustekst Diabetische voet uit 1998 en de `International Consensus on the Diabetic Foot` uit 1999 en de supplementen van deze internationale consensus uit 2001.
De doelstelling van de werkgroep ‘Diabetische Voet 2005’ is te komen tot een voor de praktijk hanteerbare, evidence based richtlijn met uitvoerbare adviezen voor preventie, opsporing en behandeling van het diabetisch voetulcus. Na discussie in de werkgroep zijn een aantal onderwerpen gedefinieerd waarvoor een systematische analyse van de huidige wetenschappelijke literatuur noodzakelijk leek te zijn en die onvoldoende onderbouwd leken in andere recente (internationale) richtlijnen over deze onderwerpen. Onafhankelijkheid werkgroepleden
De werkgroepleden hebben aangegeven geen financieel of zakelijk belang te hebben bij de inhoud van de richtlijn. Betekenis van de richtlijn
Richtlijnen zijn geen wettelijke voorschriften, maar aanbevelingen gebaseerd op `evidence` en inzichten, waaraan zorgverleners moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. In individuele gevallen kan het nodig of wenselijk zijn dat van de richtlijn wordt afgeweken. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken dient dit beargumenteerd en gedocumenteerd te worden gedaan. Herziening
Uiterlijk vijf jaar na verschijnen zal worden beoordeeld of herziening van de richtlijn nodig is. Indien ontwikkelingen in de toekomst het noodzakelijk maken dat de richtlijn eerder wordt herzien, vervalt deze richtlijn voor de termijn van vijf jaar. Implementatie
Om de implementatie van de richtlijnen diabetes mellitus te bewerkstelligen is een aparte werkgroep ingesteld die adviezen heeft uitgebracht om de naleving van de richtlijnen te bevorderen.